Langs de Limes

De Limes was de noordgrens van het Romeinse Rijk, in Nederland langs de Rijn. Op de zuidoever stonden forten, verbonden door de limesweg.
Volg ons

De limes (spreek uit: Lie-mes) werd gevormd door een gordel van wachttorens, gestandaardiseerde kampen voor hulptroepen (castella) en legioenbases, zoals Xanten, Neuss (Novaesium) en Nijmegen (Ulpia Noviomagus Batavorum). De gemiddelde afstand tussen de castella bedroeg 6,5 kilometer; op grond hiervan zouden er nog verborgen of weggespoelde castella in Nederland moeten zijn.

Ofschoon het woord limes strikt genomen zou moeten slaan op de grensrivier, de Rijn, hadden de Romeinen ook verdediging in de diepte, wat het bestaan van versterkingen aan de Waal en Maas verklaart. Verschillende stenen resten in de Maas zijn wel als militair geduid. Bij Cuijk (Ceuclum) zijn de resten van een tijdelijk kamp gevonden. In de Late Oudheid werd deze diepteverdediging uitgebreid met versterkte bruggen in bijvoorbeeld Maastricht en opnieuw Cuijk. Overigens moet bedacht worden dat nagenoeg ieder castrum en elk castellum omringd werd door een dorp (vicus) dat dienstbaar was aan het fort.