Molen de Viaan
Roos ontmoet de jonge molenaar Pedro Germes. De molen is vernoemd naar een strijder in de 80 jarige oorlog: De heer van Vianen. Ofwel: de Grote Geus. Tegenwoordig strijdt de molenaar tegen de oprukkende bebouwing. Dat die strijd van alle tijden is vertelt Diederik Aten, historicus van het Hoogheemraadschap Noorderkwartier. "Al in 1589 komt de polder hier met een verordening dat het in een strook van 150 meter verboden is om hoge bomen of bebouwing neer te zetten.”
Molen de Viaan vertelt
Ik ben poldermolen De Viaan. Ik sta sinds 1579 in Alkmaar en ben hier neergezet om de Bergermeerpolder droog te houden. Dat doe ik tot op de dag van vandaag. Mijn naam dank ik aan de heer die tussen 1563 en 1566 het meer droogmaakt: Heer Hendrik van Brederode, die ook heer van Bergen en Vianen is. Vandaar de Viaanse molen. Uiteraard wil Hendrik mooie winsten maken met de verkoop van kavels in de nieuwe polder. Maar water laat zich niet zomaar temmen. Vier jaar na de drooglegging van het gebied woedt er een storm en zet de Allerheiligenvloed de polder weer onder water. Weg winsten.
Die Hendrik van Brederode is een kleurrijk figuur. Hij staat bekend om zijn drankzucht. En hij is zo’n beetje de oervader van de geuzen, die zich in de 80-jarige oorlog verzetten tegen de Spaanse overheersers. Al ver voordat Willem van Oranje zich tegen de Spanjaarden verzet doet Hendrik dat al. Geux betekent eigenlijk ‘zwervers’, maar Hendrik vind dit een ‘geuzennaam’. “Ik drink op de gezondheid van de geuzen. Lang leve de Geuzen!” Dat is typisch Hendrik. En zo wordt mijn naamgever ‘De grote geus’ genoemd. Ben ik best trots op. Soms moet je je een beetje verzetten.
Dat doen de Alkmaarders ook als Spaanse troepen de stad belegeren. Mannen en vrouwen houden de Spanjaarden tegen door ze vanaf de stadswallen met kokend teer en brandende takken te bekogelen. Maar de echte victorie begint als Willem van Oranje, die zich inmiddels ook tegen de Spanjaarden heeft gekeerd, opdracht geeft om de dijken door te steken. De Spanjaarden komen vast te zitten in de modder. En trekken zich terug. Van Alkmaar de victorie. Ik sta in de eerste stad die het machtige Spaanse leger weerstaat. Dankzij een overstroming. Soms bedreigt het water je. Soms is het juist je vriend.
Sinds 1579 houd ik de boel hier droog. En dat verzetten tegen de vijand is altijd gebleven. Op mijn vloer zie je een luik waar onderduikers zich konden verstoppen in de Tweede Wereldoorlog.
Vandaag de dag verzetten mijn molenaars zich tegen oprukkende hoogbouw. Want dan kan ik geen wind meer vangen. Ik ben er zeker van dat dat ze lukt, want de geest van de Grote Geus waart hier nog altijd rond.